Tussen boer en burger

Diergeneeskunde in Nederland en de overzeese gebiedsdelen 1925-1950
J.F. Frik, J.S. van der Kamp, P. Leeflang, J.J.J.M. van Meerwijk en J.W. Zantinga
cover
/i/bnr/horizontal_solution_PP.gif
Hardcover, 384 pp, illustrated (colour), 2007
ISBN-10: 90-5235-193-7
ISBN-13: 978-90-5235-193-3
Price: € 64.50

Beschrijving

Tussen boer en burger, een enorme verbreding van het arbeidsterrein van de dierenarts. In 1925 nog vrijwel beperkt tot de diergeneeskundige dienstverlening op de boerderij, waarbij paard en rund centraal stonden. In 1950 een uitgebreid arbeidsveld waarbij ook de gehele maatschappij betrokken raakte: niet alleen meer diersoorten op de boerderij, zoals varkens, pluimvee en schapen maar ook vooral in de steden kleine huisdieren. Daarnaast gingen de vleeskeuring en de melkcontrole een maatschappelijke rol spelen. Ook werd veel aandacht besteed aan de diergeneeskundige verzorging in onze overzeese gebiedsdelen en dan voornamelijk in Nederlands Oost-Indië. Verder kan 1950 als het startjaar worden beschouwd voor de georganiseerde dierziektenbestrijding en de verdere explosieve ontwikkeling van de diergeneeskunde in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Inhoud

Voorwoord
Inleiding

I Student en onderwijs

1 Sociale achtergrond
2 Motieven voor de studie
3 Studentenleven
4 Opleiding
5 Docenten en hulppersoneel
6 Van mobilisatie tot capitulatie
7 Faculteit en studenten tijdens de bezetting
8 Gedwongen verblijf in Duitsland
9 Studie en faculteit na de bevrijding

II Beroepsuitoefening

10 Plattelandspraktijk
11 Belangrijke dierziekten en de georganiseerde bestrijding
12 Stadspraktijk
13 Overige beroepsmogelijkheden in Nederland
14 Overige beroepsmogelijkheden overzee

Nawoord
Ervaringen van de geïnterviewden

Bijlagen
1. Lijst van geïnterviewden
2. Lijst van docenten

Lijst van afkortingen
Geraadpleegde literatuur
Index op namen
Lijst van intekenaren

Auteur

Redactie

J.F. Frik (1927), dierenarts 1956, promotie in 1969. Van 1957 tot 1966 wetenschappelijk medewerker Instituut Veterinaire Bacteriologie RU te Utrecht. Daarna tot 1970 dierenartsbacterioloog bij TNO/ILOB te Wageningen en bij CIVO te Zeist. Tussen 1970 en 1972 bacterioloog aan de Faculteit bij KLiniek Inwendige Ziekten en Buitenpraktijk. Van 1973 tot 1982 hoogleraar in veterinaire bacteriologie RU te Utrecht. Van 1982 tot 1993 hoofd medisch microbiologisch laboratorium te Zwolle waarbij van 1982 tot 1986 buitengewoon hoogleraar veterinaire bacteriologie RU te Utrecht.

J.S. van der Kamp (1925), dierenarts 1951. In 1951 abattoir Amsterdam en van 1952 tot 1956 abattoir Den Haag. Van 1956 tot 1983 Gezondheidsdienst voor Dieren in Groningen als hoofd laboratorium. Daarna bij de Gezondheidsdienst voor Dieren 'Noord-Nederland', afdeling pathologie/histologie.

P. Leeflang (1934), dierenarts 1962, promotie in 1968. Van 1962 tot 1964 assistent in diverse praktijken. Van 1964-1967 dierenarts in ontwikkelingswerk in Nigeria en daarna tot 1970 wetenschappelijk medewerker Instituut voor Tropische Ziekten RU te Utrecht. Van 1970 tot 1977 ontwikkelingswerk in Nigeria. Van 1978 tot aan pensionering in 1997 inspecteur VD met toezicht op landbouwkundig onderwijs.

J.J.J.M. van Meerwijk (1952), deelstudies wiskunde, geschiedenis en Nederlands. Freelance archiefonderzoeker met als specialisatie restauratie.

E.P. Oldenkamp (1930), dierenarts 1957, practicus te Meliskerke (Zld.) van 1957 tot 1974. Daarna tot 1988 (hoofd) field research bij Gist-brocades. Van 1974 tot 2000 (hoofd)re dacteur Diergeneeskundig Memorandum.

J.W. Zantinga (1932), dierenarts 1957, promotie in 1968. Tot 1960 wetenschappelijk medewerker Veterinaire Heelkunde, afdeling röntgenologie RU te Utrecht en daarna tot eind 1969 practicus te Ens (NOP). Van 1969 tot aan pensionering in 1992 (hoofd) field research bij Philips-Duphar te Weesp.